Rooster de pijnboompitten licht in een droge pan. Niet te hoog vuur, regelmatig even omschudden en goed opletten, eerst denk je dat er niks gebeurd en dan ineens gaat het hard. Zodra ze kleur krijgen zijn ze goed. Pan van het vuur halen en even blijven omschudden, ze bakken namelijk gewoon nog even door, door de warmte van de pan. op een bord ouzo even goed laten afkoelen voor je ze verder gebruikt.
In een vijzel de knoflook met een snufje (grof) zeezout fijnstampen/wrijven. Het zout helpt daarbij.
De basilicum afspoelen, de blaadjes van de stelen halen en eventueel heel grof snijden. Snijden is niet nodig, maar maakt de volgende stam wat makkelijker.
Basilicum in de vijzel met de knoflook tot moes stampen/wrijven.
De goed afgekoelde pijnboompitten toevoegen en ook fijnstampen.
Pecorino toevoegen met een scheut olijfolie en goed door het mengsel stampen. Als je even doorgaat, zie je dat de olie echt mengt met de andere ingrediënten en 'sausig' begint te worden, dat is het mooiste.
Parmezaanse kaas toevoegen met weer een scheutje olie, net als de Pecorino.
Kijk naar je pesto, hij hoort van een lepeltje af te druipen. Als de olie van je lepeltje druipt en de andere ingrediënten niet, dan moet je nog even langer stampen. Als hij aan je lepeltje blijft plakken, moet er wat olie bij, dan is hij te droog. Maar let op, pesto hoort niet echt vloeibaar te zijn, dan zit er teveel olie in. Gewoon even kijken wat je lekker lijkt.
Proef je pesto en laat je verrassen door de enorme hoeveelheid smaak die het heeft.