Knardijk: niet gokken met onze waterveiligheid

Knardijk. foto: omroepflevoland.nlDe Knardijk is een compartimenteringsdijk: hij ligt op ’t droge, maar deelt de Flevopolder in tweeën. Waterschap Zuiderzeeland heeft de wettelijke verantwoordelijkheid de Knardijk te onderhouden in verband met de waterveiligheid. De Knardijk voldoet nu echter nu niet aan de veiligheidsvereisten: hij is afgetoetst. Als een auto die de APK niet gehaald heeft. En de Knardijk is al jaren niet veilig genoeg. Hij is in 2010 afgetoetst. D66 vraagt al jaren aan GS om er bij het waterschap op aan te dringen de veiligheid van de Knardijk serieus te nemen. Tot dusver heeft dat er niet toe geleid dat Zuiderzeeland de Knardijk heeft aangepakt.

Het achterstallig onderhoud aanpakken kost dan ook veel geld. Vorig jaar volgens het waterschap nog zo’n 5 miljoen euro, volgens het statenvoorstel 20-50 miljoen euro. Het Waterschap heeft hier ook geen geld voor gereserveerd. Geen wonder dat Zuiderzeeland die kosten liever niet maakt, zeker als die kosten in de toekomst wel eens overbodig kunnen blijken te zijn. Dat is al met al een beetje een technisch verhaal.

In 2014 wordt een nieuwe deltabeslissing verwacht, die de deltabeslissing uit de jaren ’50 vervangt. Nu ligt er een statenvoorstel dat vraagt om uitstel voor het waterschap tot 4 jaar na de wettelijke verankering van de deltabeslissing in 2017, een uitstel tot zeker 6 jaar na de uiterste datum uit onze verordening fysieke leefomgeving. Dit is nogal optimistisch, want uit de kanttekeningen blijkt dat het daarna nog wel decennia kan duren voor het rijk aan de Knardijk toekomt. En dat terwijl de aanleiding voor dit statenvoorstel niet gelegen is in het voldoen aan een nieuwe norm, maar in de hoge kosten van het achterstallig onderhoud.

Het gaat vooral om geld
Het beoogd effect van dit voorstel zou zijn ‘het effectief beschermen van de Flevopolder tegen overstromingen’. Dit is echter niet correct. Het voorstel heeft als beoogd effect het voorkomen van investeringen door het waterschap Zuiderzeeland. Die investeringen kunnen namelijk mogelijk overbodig blijken te zijn. Op zich belangwekkend genoeg, maar het gaat vooral om geld, niet om veiligheid. De tekst van het voorstel is ook op dit punt wat verhullend, maar een stuk van de Algemene Vergadering van Zuiderzeeland biedt duidelijkheid: in vervolg op de aftoetsing in 2010 besloot het bestuur van het waterschap in november van 2012 om met de Provincie te gaan praten over de hoge kosten. Zuiderzeeland onderschrijft het belang van de Knardijk, maar ziet op tegen de hoge kosten, die disproportioneel worden genoemd. Pikant detail is dat de dijk is afgetoetst omdat de dijkbekleding niet voldoet, terwijl de oorspronkelijke bekleding in de jaren ’90 voor een belangrijk deel door het waterschap zelf is verwijderd. Natuurlijk is het van algemeen maatschappelijk belang om kapitaalvernietiging te voorkomen. We moeten het waterschap niet dwingen tot grote investeringen, als die over een paar jaar overbodig kunnen zijn. Maar in tegenstelling tot wat het voorstel beweert, hoeven we niet tot 2017 te wachten om hier uitsluitsel over te krijgen.

Wachten tot 2017 is niet nodig
Het statenvoorstel suggereert dat we moeten wachten tot de wettelijke verankering van de nieuwe normen in 2017, voor we beoordelen of de Knardijk nog nuttig is of wellicht zelfs verhoogd zou moeten worden. Mogelijk vallen de normen zo uit dat de Knardijk niet meer wezenlijk bijdraagt aan het beschermingsniveau van de Flevopolder. In dat geval zou een investering op korte termijn kapitaalvernietiging zijn. Dit is niet correct. Die nieuwe normen voor de waterkeringen worden vastgesteld met een andere methode dan de huidige normen.  Of de Knardijk met de nieuwe beoordelingsmethodiek in de toekomst nog nuttig is, ligt niet zozeer aan de hoogte van de norm, maar volgt uit de gewijzigde methodiek. Die methodiek is al bekend. Het ministerie heeft de nieuwe benadering gedeeld in de gebiedsprocessen en neergelegd in het rapport ‘Op weg naar nieuwe normen: een technisch-inhoudelijke uitwerking’ in september van dit jaar. Het Expertisenetwerk Waterveiligheid heeft hier vorige maand over geadviseerd. Om het sommetje te doen hoeven we niet tot 2017 te wachten. Dat kan nu al. Bijvoorbeeld de Provincie Zuid-Holland doet ook zo’n onderzoek naar het nut van compartimenteringsdijken daar, dat naar verwachting op 10 december klaar is. Als Zuid-Holland niet tot 2017 hoeft te wachten, waarom Flevoland dan wel?

Onderbouwd met oude normen, niet de nieuwe
In het voorstel wordt uitgebreid verwezen naar het rapport van ‘Veiligheid Nederland in kaart’, dat bij de stukken zit. Informatief, maar wat verrassend, omdat dit VNK-rapport uitgaat van de huidige situatie, van de huidige normen en van waterkeringen in goede staat (‘standzeker’). De reden voor het gevraagde uitstel ligt echter in de toekomstige normen, terwijl de Knardijk nu juist al jaren geleden is afgetoetst. Het nut van de Knardijk wordt naar aanleiding van dat rapport ter discussie gesteld, terwijl het rapport alleen uitgaat van de oude methodiek. De nieuwe beoordelingsmethodiek is anders. Dat maakt deze discussie van de norm nogal vergezocht. Zo lijkt het voorstel meer op een doelredenering: ter onderbouwing van een vooropgestelde uitkomst. Jammer, want in de nieuwe methodiek zou de Knardijk best ter discussie kunnen komen te staan. Dit rapport en de daarin vervatte beoordeling is daar echter geen onderbouwing van.

Suggestie dat het rijk meebetaalt ongefundeerd
In het Statenvoorstel wordt gesuggereerd dat het rijk 50% mee zou betalen, als na 2017 zou blijken dat de Knardijk nuttig is en opgehoogd dient te worden. Dit is puur speculatief. Onder het huidige HBP2 (Hoogwaterbeschermingsprogramma 2) is dat niet zo. Het zou onder het komende nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma (nHBP) zo kunnen zijn, maar dan is het nog onwaarschijnlijk dat het rijk ook 50% meebetaalt aan het achterstallig onderhoud. Daarin kan nu geen reden gevonden worden van uitstel.

D66 wil een kort onderzoek, geen jaren uitstel.
Kortom, D66 kan niet instemmen met het voorliggende voorstel. En dat is niet omdat we principieel tegen uitstel zijn. Maar het gevraagde uitstel is met dit voorstel niet goed onderbouwd. Meer onderzoek volgens de nieuwe methodiek is nodig, mogelijk en helemaal niet zo omvangrijk. Geschatte doorlooptijd is een paar maanden. We kunnen dan wellicht al veel eerder van 2017 beslissen. D66 hecht veel waarde aan waterveiligheid. Achterstallig onderhoud aan een verzwakte dijk moet je niet laten liggen, als je meters onder zeeniveau leeft. En het achterstallig onderhoud is al sinds 2010 bekend. Als we met gedegen onderzoek over enkele maanden duidelijkheid kunnen hebben, moeten we niet nog jaren lang een gokje nemen met de veiligheid van onze inwoners.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *