Provinciefusie: een overzicht

Dinsdag 12 februari organiseert de Flevolandse D66-fractie in het provinciehuis een open discussieavond over de provinciefusie, die het kabinet zich heeft voor genomen. Per maart 2015, met de eerstvolgende Provinciale Statenverkiezingen zou de fusie tussen Flevoland, Utrecht en Noord-Holland een feit moeten zijn. Ik zet in dit stuk even wat feiten en meningen op een rij. Voor de voorbereiding. En het was al eerder input voor het standpunt van de fractie.

Verkiezingsprogramma
D66 heeft het al sinds jaar en dag in het landelijke verkiezingsprogramma staan: we zijn voor vier of vijf landsdelen. Ons provinciale programma stelt iets vergelijkbaars:

D66 wil landsdelen in plaats van de huidige provincies. De historische provinciegrenzen passen niet bij de vraagstukken van de moderne maatschappij. De oude grenzen wringen het meest in de randstad. Wij vinden het belangrijk een onderscheid te maken tussen de provincie als geografische of culturele eenheid en de provincie als bestuurlijke organisatie. Het provinciaal bestuur moet anders.

Maar dat je voor landsdelen bent, wil nog niet zeggen dat je het een goed idee vindt om er maar drie samen te voegen, zonder zicht op de ontwikkeling van de rest. En in een tempo dat door haast en onzekerheid schadelijk is voor Flevoland (we hebben er vragen over gesteld).

De brief van het kabinet
Op 14 december 2012 nam het kabinet het formele besluit te starten met de ARHI-procedure (Wet Algemene Regels Herindelingen), die leidt naar samenvoeging van de drie provincies. In de brief waarin die beslissing aan Flevoland wordt medegedeeld beschrijft Plasterk kort het proces en noemt zes argumenten voor herindeling:

  1. Perspectief van de landsdelen: een sterk middenbestuur
  2. Inspelen op ontwikkelingen in het binnenlands bestuur: verhoudingen tov gemeenten
  3. Knellende grenzen
  4. De provincie als sterke partner van het bedrijfsleven
  5. Bestuurlijke drukte verminderen en kosten besparen
  6. Inspelen op Europa

De brief noemt onder meer een consultatieperiode tot 28 februari 2013, waarin het ministerie de betrokken gebieden om hun mening vraagt. Later stuurde hij nog een brief waarin hij de termijn met een maand verlengde.
Minister Plasterk presenteert het verhaal natuurlijk op de manier waarvan hij denkt dat die het meest effect zal hebben. Kijk bijvoorbeeld naar Minister Plasterk die in Provinciale Staten van Noord-Holland spreekt over de provinciefusie. Om zijn argumenten samen te vatten: “onhandig, die provinciegrens, want het is handig met het beheer van bijvoorbeeld de Vechtplassen of voor de samenwerking Amsterdam-Almere, waar in beide gevallen een provinciegrens doorheen loopt”. Nu liggen die Vechtplassen in één waterschap en is dat in de praktijk helemaal niet problematisch. En werken Amsterdam en Almere ten eerste prima samen in de Metropoolregio Amsterdam, ten tweede zou je met net zoveel recht kunnen zeggen dat die provinciegrens Almere juist beschermt tegen overheersing door Amsterdam (zie bijvoorbeeld hier).
“En Nordrhein-Westfalen heeft ook zo’n 16 miljoen inwoners en is ook een sterke euregio. Dus dit is helemaal niet groot.” Behalve dan dat er onder dat Bundesland nog drie bestuurslagen zitten, wat dat Bundesland beter vergelijkbaar maakt met Nederland: 5 Regierungsbezirke, afdelingen van de Landsregierung, 31 Kreise (vergelijkbaar met provincies?) en 23 Kreisfreie Städte, waaronder 396 gemeenten zitten. Voorwaar geen voorbeeld van bestuurlijke eenvoud, waar we een superprovincie op zouden moeten baseren…
Verder noemt Plasterk nog dat “de huidige grenzen feitelijk de oude grenzen van midden 19e eeuw zijn en dat we nu in een andere tijd leven.” Hoewel dat op zichzelf waar is, is dat natuurlijk geen argument om een fusie op te baseren. Want wat is er dan mis mee? Dat zegt hij niet.

Referendum?
We zijn er groot voorstander van om de bevolking in staat te stellen zich uit te spreken in een referendum (zie ook hier). Maar dan moet het wel een echt referendum zijn, geen veredelde opiniepeiling. Een referendum met daadwerkelijke zeggingskracht, bijvoorbeeld doordat het correctief is en niet afhankelijk van de welwillende medewerking van politici. En een referendum dat er komt omdat de bevolking dat wil, niet omdat bijvoorbeeld CDA en PVV in de Tweede Kamer hun zin niet krijgen en daarom proberen via een provinciaal referendum een hen welgevallig politiek feit te creëren.

Vragen
Er blijven natuurlijk nog vele vragen over. Om er een paar te noemen: waarom heeft Plasterk geen visie die verder gaat dan deze drie provincies (geen visie, geen fusie)? Wat is de positie van de gemeenten Noordoostpolder en Urk? Of van Dronten, dat ook liever bij Kampen/Zwolle hoort dan bij Amsterdam? Hoe onderbouwt Plasterk de weinig overtuigende bedragen die hij noemt (40 mln kosten, eenmalig, daarna 15 mln per jaar besparing). Hoe zit het met de afstand van de burger tot zijn bestuur? Wat vinden de Eerste en Tweede Kamer? Op woensdag 27 februari komt Plasterk naar Provinciale Staten. Hopelijk komen we dan tot antwoorden.

Een gedachte over “Provinciefusie: een overzicht

  1. Pingback: Discussieavond Provinciefusie - Flevoland

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *