Beweringen over opstappen om het Oostvaarderswold onjuist

Het recent opgestapte College van Gedeputeerde Staten van Flevoland (GS) zou geen eerlijke kans hebben gekregen zich te verweren tegen het onderzoeksrapport over de procesgang rond het Oostvaarderwold, dat in de pers vernietigend wordt genoemd. Het college noemt verschillende redenen waarom dat zo zou zijn, onder meer in het bericht onder de eerste link. Deze gaan vooral over de procedure rond de publicatie en bespreking van het rapport. Sterker nog, GS noemt procedure en beeldvorming als de redenen om op te stappen en zegt het zich allemaal anders te herinneren. Nu zou je genoeg kunnen weten, als GS alleen maar op de procedure ingaat in plaats van op de inhoud. Maar ik loop volledigheidshalve toch even de verschillende beweringen na. Ze kloppen geen van allen. Als je er nog een vindt, juist of onjuist, laat ’t weten, dan voeg ik ‘m toe.

1. Het college kreeg geen kans om vóór de publicatie op het rapport te reageren
Niet waar. Het college kreeg het rapport onder embargo op vrijdag 21 september, net als de Statenleden. De publicatie van het rapport vond vijf dagen later plaats, op woensdag 26 september. Deze vijf dagen waren er onder andere voor GS, om een reactie te kunnen voorbereiden. Bij de perspresentatie gaf de Commissaris van de Koningin aan geen reactie namens GS -waar hij voorzitter van is- te willen geven op de inhoud van het rapport. Da’s toch wat anders dan ‘geen kans krijgen’. Wellicht is GS ontevreden met de kans, maar dat is toch echt niet hetzelfde.

2. De commissie heeft de procedure voor publicatie niet goed uitgevoerd
GS beroept zich hier op een andere lezing van de verordening die het Statenonderzoek regelt dan de onderzoekscommissie. In artikel 10 van die verordening, die op 16 mei door Provinciale Staten is vastgesteld, staan vier stappen, die het proces van publicatie beschrijven. Kortweg: 1. de commissie maakt een rapport, 2. de commissie stuurt het rapport naar PS, 3. de commissie stuurt het rapport aan GS, 4. GS kan reageren en hun standpunt aan het rapport toevoegen.
De enige manier dat GS dit anders leest, is als GS denkt dat die vier stappen niet op volgorde staan, maar willekeurig. Vreemde gedachte. Eerst naar PS sturen en dan pas maken? Eerst een GS-standpunt toevoegen en dan pas aan GS sturen? Nogmaals, het kan zijn dat GS niet blij is met de procedure, maar de stappen beschrijven precies wat de commissie heeft gedaan. De bewering van GS is dus onjuist. De onvrede over de procedure is wat mij betreft wel een goede reden om de procedure eens kritisch tegen het licht te houden. Voor een volgende keer.

3. Een debat had geen zin meer, want de conclusies waren al door PS vastgesteld
Ook onjuist. Het rapport was weliswaar unaniem door PS vastgesteld, maar dat besluit maakte het debat juist expliciet nodig. Hoe zwaar PS tilt aan de conclusies is niet vastgesteld. In het besluitstuk staat

3. Beoogd effect
Op basis van dit rapport kunnen Provinciale Staten een debat voeren over de politieke duiding van de daarin opgenomen conclusies.

Dat debat heeft nu niet plaatsgevonden, omdat GS de handdoek in de ring gooide en de zaal verliet voor het debat kon beginnen. Een belangrijk deel van PS is ontstemt dat GS op deze manier letterlijk voor de inhoudelijke discussie is weggelopen.

4. Het debat had geen zin meer, want in de beeldvorming was GS al veroordeeld
In de verklaring in de statenzaal van 3 oktober verwijst GS ondermeer naar de sociale media en Omroep Flevoland. Dat er links en rechts gespeculeerd werd, is natuurlijk geen reden tot aftreden. Dan zou geen kabinet de eerste de beste kroegdiscussie overleven. Het is ook in directe tegenspraak met de constatering van Omroep Flevoland dat de partijen hun kruit droog hielden. Nu zijn de conclusies ook naar mijn mening zodanig, dat politieke consequenties niet uit konden blijven. Dat zal GS ook hebben gedacht. Maar een discussie over welke consequenties dat zijn, zou waardevol zijn geweest. Zeker niet zinloos.

5. Het is de schuld van Henk Bleker
Dat beweren de demissionaire gedeputeerden in de Statenzaal, bij Omroep Flevoland en volgens de Cobouw. Maar nee, natuurlijk. Dat het Rijk, zoals aangekondigd in het regeerakkoord van kabinet Rutte, zijn steun introk voor robuuste verbindingszones in het algemeen en Oostvaarderswold in het bijzonder en vervolgens de financiële steun strikt beperkte tot wat was beschikt, was aanleiding voor het onderzoek. Maar de conclusies van het onderzoek gaan niet over het handelen van het Rijk. Die conclusies gaan over het handelen van het college van GS, over meerdere jaren. En dát is dus niet de schuld van Bleker.

6. GS worden afgerekend op hun voortvarendheid
Klopt ook al niet. Het rapport noemt het juist getuigen van bestuurlijke durf en visie dat er voortvarend is gehandeld. De kritiek is niet dat risico’s zijn genomen. De kritiek is dat die risico’s niet goed in beeld zijn gebracht. En dat toen ze in beeld waren, ze niet goed en niet in samenhang met de gekozen strategie aan Provinciale Staten zijn voorgelegd.
In voorjaar 2010 stond al in vertrouwelijke ambtelijke memo’s aan GS dat van de 241 miljoen euro van het Rijk maar 61 miljoen echt hard was. En ook in de risicoevaluatie van Deloitte uit die tijd wordt het wegvallen van de Rijkssteun een groot risico genoemd. Toch noemt GS in de koepelnotitie financiën Oostvaarderswold uit het najaar van 2010 de gehele bijdrage als een harde verplichting vanuit het Rijk. Ten onrechte, dus. De risico’s die Deloitte in het voorjaar verbindt aan de te krappe dekking worden door GS pas in najaar 2010 aan de Staten gemeld (waarbij de bijdrage van het Rijk om onduidelijke redenen ineens wél hard genoemd wordt). Pas nadat de Staten voor 20,7 miljoen euro aan voorfinanciering hadden goedgekeurd. Kwade opzet of een heilig geloof in de goede afloop, wie zal het zeggen. In het onderzoek zijn vooral aanwijzingen voor het tweede gevonden. Maar kloppen doet het niet.

7. De politieke consequenties treffen de gedeputeerden, de CdK hoort daar niet bij
Na het aankondigen van hun ontslag, liepen de vier gedeputeerden de Statenzaal uit. De Commissaris van de Koningin bleef zitten. Hij hoorde er niet bij. Een stelling die hij bij Omroep Flevoland toelichtte. Hij vertelt dat hij zich niet inlaat met het uitzetten van de politieke lijn en omschrijft zijn rol als nestorachtig. Hij kijkt waar hij bij kan dragen. Hij zit erbij als boegbeeld, om gewicht in de schaal leggen. Het politiek gekrakeel, daar is hij geen onderdeel van: “ik sta daarboven”.
Dat is me al te makkelijk. Het rapport spreekt GS niet aan op de politieke keuzes. Voor Oostvaarderswold was ook altijd brede steun in Provinciale Staten. Waar het vooral mis ging, was het proces van het actief informeren van PS. PS hadden op een andere manier strategische keuzes en risico’s voorgelegd moeten krijgen. Nu konden zij hun werk niet goed doen. En in dat proces heeft de CdK juist wél een rol. De CdK zou moeten optreden als bewaker van het proces. Die discussie is in de Statenzaal niet gevoerd, omdat GS toen al was weggelopen. Als de CdK stelt dat hij hier buiten staat, zonder enig schuldbewustzijn, maakt hij zich wat mij betreft er veel te makkelijk vanaf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.